Gezeten op de veranda van ons hutje op het strand van Tekeh (Tioman eiland) en met het geruis van de brekende golven vlak onder onze voeten, probeer ik inspiratie te vinden voor het eerste verslag van deze reis. Zo, die staat! Vaak lees je, dat echte schrijvers zich terugtrekken in een hutje op de hei om ongestoord een nieuwe roman het licht te laten zien. Die gedachte kwam op, toen ik zo voor mij uit zat te staren naar de eindeloos aanrollende golven en mij realiseerde, dat we alweer meer dan tien dagen onderweg zijn. Als ik mijn belofte wilde waarmaken om wat vaker deze reis een kort verslag te maken, dan moest het nu wel gebeuren, dus bij deze.
Het eerste deel van onze rondreis door Maleisië stond bovenal in het teken van de steden Kuala Lumpur (KL) en Malakka. De eerste is vooral een hele grote wereldstad met miljoenen inwoners, de tweede een kleine grote stad, zoiets als ons Amsterdam. In KL bezochten we diverse hoogtepunten zoals die door de verschillende websites worden aanbevolen. Voor mij persoonlijk sprong het bezoek aan de Batu Caves eruit. Het is een heel groot tempelcomplex van de Hindoes. Van verre zie je al het indrukwekkende gouden beeld van Lord Murugan, de god van de oorlog, de overwinning, wijsheid, moed en nog veel meer. Maar als je dichterbij komt valt je ook de kleurrijke, zeer steile trap op, die als een muur tegen de bergwand lijkt geplakt en naar de grot leidt. Volgens de boekjes zijn het 272 treden en ik kan bevestigen, dat ze er niet ver naast zitten; ik telde er zelfs nog meer. Als je hier eenmaal bent, wil je natuurlijk ook naar die grot, dus begin ik met een temperatuur van 34 gr C aan de eerste trede. Om de moed erin te houden en tegelijkertijd mijn voortgang te meten, tel ik iedere trede, vandaar! Gelukkig zijn er onderweg meerdere portaaltjes waar je weer even op adem kunt komen. De grot zelf viel eigenlijk een beetje tegen vergeleken met de kleurrijke en rijk gedecoreerde tempels beneden. Met inmiddels knikkende knieën van vermoeidheid, daal ik al die treden af en heb ik Wil weer opgezocht, die deze uitdaging aan zich voorbij heeft laten gaan.
Een ander hoogtepunt van KL vonden wij het paleis van Sultan Abdul Samad, dat beschouwd wordt als het oudste gebouw van de stad. Het lag er stralend wit bij aan het grote plein van de onafhankelijkheid. Waarschijnlijk was het pas volledig gerestaureerd, want ook binnen zag alles er piekfijn uit.
Om je van de ene naar de andere plek te verplaatsen gebruik je hier de app Grab, net zoiets als het bij ons meer bekendere Uber. Meestal werkt het perfect, behalve als het om een toeristische hotspot gaat, zoals het paleis van de Sultan. Als we staande aan de andere kant van het plein hier weg willen, krijg ik een berichtje van de chauffeur, die zegt, dat we niet op de juiste plaats staan. Omdat ik vind dat ik per definitie op de juiste plaats sta, de gps-positie bepaalt immers het ophaalpunt, ben ik het daarmee oneens, maar helaas, dat helpt niet en er wordt toch 3 RM (0,60 euro) afgeschreven. Om een juiste indruk te geven: een ritje kost vaak niet meer dan 10 RM. De tweede keer zie ik wat er misgaat. Die chauffeur rijdt ons gewoon voorbij en gaat naar de ingang van het paleis, een paar honderd meter verder. Hij behoort vijf minuten te wachten, maar ook dat gebeurt niet en rijdt hij vlak voor mijn neus weg. Hij kijkt niet eens in zijn spiegel want dan had hij die wild zwaaiende blanke man midden op de straat toch wel moeten zien. Of hij denkt `snel verdiend` omdat het volgende ritje zich alweer heeft aangediend. Kennelijk mogen we niet voetstoots aannemen, dat de gps-positie alles bepalend is.
Op weg met de huurauto van KL naar Malakka stond ook een bezoek aan Cape Rochado op de planning. Het is een historisch punt waar de Portugezen in 1528 een vuurtoren hebben gebouwd, die als de oudste in dit deel van de wereld wordt beschouwd. Nog geen 100 jaar later vond hier een zeeslag plaats waarin de Portugese vloot verslagen werd door de Nederlandse, aangestuurd door de VOC (Vereenigde Oostindische Compagnie). De vuurtoren en nog andere bezienswaardigheden hebben een beschermde status en liggen in een park. We hebben bij de ingang gestaan, maar veel verder zijn we niet gekomen. De rest moest te voet afgelegd worden over een sterk stijgende weg. Ondergetekende is er nog wel aan begonnen, maar na via Google ontdekt te hebben, dat er nog bijna een kilometer voor hem lag te wachten, is hij ook op zijn schreden teruggekeerd. Na al die stadswandelingen van de voorgaande dagen was dit net even te veel van het goede.
De VOC heb ik al genoemd en wordt gezien als de eerste multinational. Veel van wat Malakka aan bezienswaardigheden te bieden heeft, dateert uit de periode, dat de Nederlanders hier de dienst uitmaakten. Zo hebben ze hier zelfs een Dutch Square, waaraan het Stadthuys en een oude kerk zijn gelegen. Het zijn niet perse mooie gebouwen; de historische betekenis heeft voor ons, maar niet voor ons alleen, de aantrekkingskracht. Het Stadthuys is nu een interessant museum, waar veel aandacht wordt besteed aan de Portugese, de Nederlandse en de Engelse periode. Ergens op een van de displays lees ik tot mijn verbazing dat er veel Nederlanders zijn, die deze periode maar het liefst willen vergeten en er afstand van nemen. Zelfs hier dringt zo’n geluid dus nog door. Dat spreekt mij helemaal niet aan. Nederland was toen een wereldmacht, iets wat je je nu helemaal niet meer kunt voorstellen. Tegenwoordig stellen wij op de wereldschaal helemaal niets meer voor, maar doen in onze uitingen wel of we nog steeds bepalend voor de wereld zijn. Onze oud-premier Balkenende stond ook op een van de foto´s. Misschien heeft hij toen ook de inspiratie opgedaan voor zijn slogan in 2006, dat Nederland weer een VOC-mentaliteit moest krijgen: positief, ondernemend en innovatief. Kijk, dat is een ander geluid! Gelukkig dringen er ook wel andere geluiden door zoals blijkt uit de mond van een taxichauffeur. Een kennis van hem heeft in Wageningen gestudeerd en is vol lof over hoe wij de productie van voedsel weten te verhogen.
We bezochten ook nog de ruïne van een kerk bovenop een heuvel met aan de voet van de berg de Nederlandse Begraafplaats. Alweer: niet zo interessant vanwege de fraaiheid van het gebouw of de grafstenen, maar de geschiedenis die het uitademt. Je moet er natuurlijk wel gevoelig voor zijn, want anders zijn het gewoon wat stenen, maar als ik zo’n inscriptie lees als “Hier lecht begraven ..”, dan sta ik daar toch even bij stil. Wij vliegen in 12 uur even van Nederland naar Maleisië, huren een auto en gaan wat rondrijden. Dan beschouwen we onszelf al als wereldreizigers, maar als je bedenkt hoe deze mensen maanden onderweg waren met een boot, waarvan allerminst zeker was of hij ook ooit zou aankomen, ja, dan besef je pas wat het was om de wereld in die tijd te ontdekken.
Nu zitten we dus een paar dagen te niksen op het eiland Tioman, zo’n 1,5 uur met een snelle boot. “Niks doen” was dit keer ook bewust opgenomen in ons plan. Het is nu dinsdag en donderdag gaan we weer verder met onze rondreis op weg naar een volgende “niks-doen-plek”. Dan ook mag je het volgende verslag verwachten.



Samen genoten van je mooie reisverslag
Groet arie en hanny