You are here: Home > Suriname > Bigi Pan

Bigi Pan

De jetlag hebben we al voor een groot deel overwonnen, dus wordt het de hoogste tijd om deze reis af te ronden. Wij verlieten jullie toen we op weg waren naar Nickerie in het uiterste noord westen van Suriname aan de grens met Frans Guyana. De reden voor een bezoek aan deze uithoek van het land is Bigi Pan, een uitgestrekt natuurgebied.

Vertrek van Knini Paati

Feitelijk is het een hele grote lagune met een rijk vogelleven, dat via een kanaal in verbinding staat met de Nickerierivier. Qua planning had dit beter op een ander moment in de reis gepast; nu kwam het wat ongelukkig uit meteen na een lange dag reizen vanuit Knini Paati . De reis naar de Bigi Pan is namelijk best vermoeiend. Je zit zo’n vijf uur in een busje over soms wegen, die aan de slechtste in Afrika doen denken. Daarna nog twee keer overstappen in een boot want het Akira Resort ligt middenin het water en is gebouwd op palen. Om ongeveer 14:00 uur kom je daar dan aan. Je hebt dan even de tijd om je spullen naar de kamer te brengen en nog wat te eten alvorens om 16:00 uur aan het eerste boottochtje te beginnen. En toen, toen sloeg de pech toe. Zoals gezegd staat dit hele resort, feitelijk allemaal afzonderlijke huisjes, op palen in het water van de lagune. Gezeten aan een tafel, waarvan het blad bestond uit latten met spleten ertussen, besloot mijn telefoon door zo’n spleet te verdwijnen. Kan gebeuren, nietwaar, maar dat die daarna ook nog kans ziet om door een spleet van de vlonder, waarvan de spleten haaks op die van de tafel stonden te glippen, was domme pech. Ik wed, dat als je dit tien keer bewust zou proberen, het je niet één keer zou lukken. Een van de personeelsleden aarzelde geen seconde, ontdeed zich van wat overbodige kleren en ging het water in. Een sympathieke actie, maar ik wist meteen al, dat dit vergeefse moeite zou zijn. Dat bleek wel, want twee dagen in de rijstkorrels brachten hem niet meer tot leven. Nu weten we allemaal wel, dat die telefoon tegenwoordig heel wat meer is dan een ding waarmee je kunt bellen, maar hoe erg je hem mist merk je dan pas echt. Heel veel instanties zijn ineens voor je onbereikbaar: je kunt niet meer bankieren, authenticatie lukt niet

Afrikaanse toestanden

meer, DigiD, noem het maar, het is een klein rampje. Die smartphone heeft zo langzamerhand zo’n belangrijke rol in je dagelijkse functioneren, dat je er bijna bang van wordt. Je gaat om die reden zelfs denken aan een tweede telefoon. Of een speciaal nog te ontwikkelen apparaat alleen voor authenticatie doeleinden. Ik weet zeker, dat men in de nabije toekomst wat meewarig moet lachen hoe onbeholpen we toen bezig waren. Met een ergens onder je huid ingebrachte unieke, aan jouw lichaam toegewezen chip o.i.d. heb je naast je vingerafdruk en iris je authenticatiegegevens altijd bij je. Ik zit maar wat te bazelen, maar dat het die kant op gaat, moet haast wel, want de huidige situatie is zeer onbevredigend. Zorg in ieder geval voor een up-to-date back up van de volledige inhoud  Het was dus voor ons en ondergetekende in het bijzonder, een geweldige binnenkomer, daar op de Bigi Pan.

De Bigi Pan staat bekend om zijn grote kolonie flamingo’s en rode ibissen, die hier overwinteren. Maar ja, net als Nederland ligt Suriname ook op het Noordelijk Halfrond en dus is daar de lente in april al ver gevorderd. Zo ver zelfs, dat er geen flamingo meer te bekennen is en ook de ibissen op een enkeling na, vertrokken zijn. Gelukkig blijven er nog zo’n 70 andere soorten over, zodat een tochtje met de boot en een ervaren gids, een waar genoegen blijft. Bovendien hadden we het geluk (kom ik nog op terug), dat we de enige gasten waren en zo’n tripje puur individueel werd; alleen de gids en wij.

Spiegelglad

Omdat het instappen in zo’n bootje op onze leeftijd een hachelijke onderneming begint te worden, vond Wil het op een gegeven moment wel mooi geweest en verkoos ze liever een luie stoel op de veranda. De laatste ochtend zal mij altijd bijblijven. Alleen met de gids en een spiegelglad wateroppervlak dat mij bijna duizelig maakte. Als je in het water keek, zag je de wolken weerspiegeld, maar ook de diepte. Regelmatig zette de gids de motor uit en dan hoorde je alleen de vogelgeluiden. Zelf had hij ook een heel repertoire aan geluiden op zijn telefoon staan, waarmee hij bepaalde vogels kon verleiden om dichterbij te komen. Het was genieten. Dat we letterlijk in het zicht van de haven nog een bui op ons dak kregen, mocht de pret niet meer drukken.

Dat het seizoen erop zat merkten we hier aan alles. Er werd overal hard gewerkt aan het onderhouden van dit geheel uit hout bestaande complex. Voor de boottochtjes vonden wij het wel prettig, dat we alleen waren, maar de gezelligheid was ver  te zoeken. Als je met z’n tweeën in een eetzaal zit, die berekend is op minstens 50 man, dan is dat bepaald niet gezellig. Als de keuken zich er dan ook nog eens met een Jantje van Leiden probeert af te maken, wordt het helemaal ongezellig. Je zou verwachten, dat je alle aandacht krijgt, maar dat was in ieder geval die eerste dag niet het geval. We kregen een bord met eten voorgezet, dat waarschijnlijk bij de lunch al was opgeschept! Men had zelf niet eens de moeite genomen om het op te warmen. Een dissonant van jewelste. Gelukkig heeft de keuken de dagen daarna zijn best gedaan om die uitglijder ongedaan te maken.

Nog meer water

De vorige keer heb ik al uitgebreid stilgestaan bij al het hemelwater, dat in deze weken van ons verblijf naar beneden is gekomen. Toen moest de apotheose echter nog komen. Voor de laatste dag in Paramaribo hadden we nog een paar dingetjes op het programma staan. Zo wilde Wil nog wat kruiden scoren op de Centrale Markt om thuis ook roti te kunnen maken conform hetgeen ze tijdens de kookcursus geleerd had. Ook was er nog een grote Hindoetempel, die we nog niet met een bezoek vereerd hadden. De dag zouden we besluiten met een laatste diner ergens in Paramaribo. Ons hotel bestond eigenlijk uit twee grote omgebouwde huizen aan weerszijden van een rustige straat. In het ene gebouw was het horeca gedeelte, waar ’s morgens ook het ontbijt geserveerd werd. Onze kamer bevond zich in het tegenover liggende pand. Nu hadden we het ’s nachts wel horen regenen, maar wat we ’s morgens aantroffen, toen we wakker werden, hadden we niet voorzien: de hele straat stond blank. We moesten tot onze knieën door het water waden om aan de overkant te komen. En het werd nog gekker: kwam het water eerst tot aan het terras van het hotel, niet veel later stond het nog zo’n 20 centimeter hoger tot aan de rand. Veel auto’s kwamen er uiteraard niet voorbij, maar als er dan toch een kwam golfde het water het terras op. De regen hield aan tot rond het middaguur en gaandeweg bleek, dat heel Paramaribo onder water stond. Een taxi was niet meer te krijgen, dus ons laatste bezoekje in de stad konden we ook vergeten. Eerst aan het einde van de dag begon het water weer te zakken. Met veel moeite had een medewerker van ons hotel gisteravond een restaurant voor ons geboekt aan het eind van de straat, maar die moesten we ook afbellen. Het zal niet de enige afmelding geweest zijn, die ze hebben gehad. Hier wordt namelijk net als in Nederland, ook Moederdag gevierd. Die viel dus voor veel mensen letterlijk in het water.

Van nog een keer Surinaams eten door ons, kwam dus ook niets meer terecht. We hebben maar weer wat snacks genomen zoals een frikandel speciaal(!) en kroket(!) met patat voor mij en een saté met patat voor Wil. Maar wat is eigenlijk Surinaams eten? Daar ben ik ook nog niet uit. Volgens mij bestaat zoiets helemaal niet maar hangt het allemaal samen met de afkomst van de verschillende bevolkingsgroepen: Creolen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Europeanen. Daardoor krijg je wel een grote variatie in gerechten en dat maakt het natuurlijk wel weer bijzonder. Zo hebben we dus roti (Hindoestaans) gegeten, maar ook heerlijk Javaans. Of we ook Pom (Creools) gegeten hebben, weet ik niet eens zeker, maar ik dacht het wel. Dan zijn er nog allerlei gerechten, die een mix zijn van de verschillende culturen. Meerdere keren hebben wij een soort spinazie als groente gehad; die smaakte voortreffelijk, maar leek qua blad in de verste verte niet op onze spinazie.

Dat de Chinezen er niet alleen maar zijn om een restaurant te beginnen, is ook wel duidelijk geworden. Meldde ik in mijn vorige verslag al, dat ze ook al een dikke vinger in de (mijnbouw)pap hebben, ook bijna alle supermarkten zijn in handen van de Chinezen. Dat zie je overal op de wereld gebeuren. Volgens mij een hele bewuste strategie van de Chinese overheid. Ze nemen een winkel over en zetten er vervolgens een Chinees gezin in, dat praktisch in de winkel leeft. Vader loopt spiedend rond, moeder zit te breien of verstelwerk te doen en de kinderen kruipen op de grond rond. Ze kennen geen andere sluitingstijd dan de wettelijke. In veel derdewereldlanden kennen ze dat niet, dus zijn ze tot laat in de avond open. Ook op zon- en feestdagen: bij de Chinees kun je altijd terecht. Toen wij in 2012 in januari door Spanje reden viel ons dat ook al op. Heel veel zaken waren gesloten, maar de Chinese supermarkt niet.

Met het verdrinken van mijn smartphone zijn ook mijn aantekeningen verdwenen. Ik noteerde die meestal in een opwelling om later nog in mijn verhaal op te nemen. De meeste heb ik geloof ik nu wel gehad. Ik zou het nog kunnen hebben over de benzineprijs. Terwijl de prijzen in Europa de pan uitrijzen, zijn ze in Suriname al geruime tijd op hetzelfde lage niveau: circa 0,60 euro! Ik vroeg aan een taxichauffeur of de prijzen hier ook zo extreem gestegen waren. Het antwoord was ontkennend. Hoe kan dat? Wie houdt wie voor de gek?

Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het unieke feit, dat je gewoon in het Nederlands kunt praten. Voor ons was dat aanvankelijk zo vreemd, dat we iedere keer in het Engels begonnen om vervolgens antwoord in het Nederlands te krijgen. Ook zijn de mensen opvallend aardig en behulpzaam. Ze geven je meteen het gevoel, dat je ook als Nederlander of misschien juist wel omdat je Nederlander bent, meer dan welkom bent. Van rancune, dat eventueel zou voortkomen uit het koloniale verleden, is geen sprake. Kortom: het voelt als een warm bad. In ons geval bijna letterlijk: temperatuur dag en nacht tussen de 26 en 30 gr Celsius en een luchtvochtigheid van regelmatig 100%.

Dikwijls krijgen we de vraag wat onze volgende reis zal worden. Op dit moment staat alleen het jaarlijkse uitstapje met ons cabrioclubje op de planning. Dit jaar gaan we een deel van Catalonië onveilig maken. Met de heen- en terugreis zijn we dan al gauw weer twee weken onderweg. Voor oktober/november denken we aan een roadtrip naar en door Marokko. Zuid-Afrika en Namibië trekken ook zeer sterk. We hebben daar zulke mooie herinneringen liggen. Eens moet het de laatste keer zijn, maar als een vliegticket tegen die tijd nog te betalen is, willen we dat begin volgend jaar doen. Maar nu we geen Mannetje meer hebben is de vraag wel hoe? Dat horen jullie t.z.t. wel. Eerst moeten we natuurlijk met z’n allen  gewoon gezond blijven. Hoe dichter je bij het einde komt hoe meer je je daarvan bewust bent. Daarom sluit ik af met wat stichtelijke uitdrukkingen: carpe diem mits Deo volente.

En zoals gebruikelijk weer veel foto’s, dit keer zelfs dubbel. Foutje!

Laat een reactie achter