You are here: Home > Maleisië > Bayview Beach Resort

Bayview Beach Resort

Gisteren zijn we aangekomen op het eiland Penang, onze volgende geplande “niks-doen-plek”. Vandaag zitten we onder de palmen in de prachtige tuin van het Bayview Beach Resort, een mooi gazon, pal aan het strand met veel schaduw van de palmbomen. Het is een voormalig top hotel, maar nu hard toe aan een renovatie. Vooral vanwege die mooie tuin hebben wij toch voor dit hotel gekozen in plaats van het ernaast gelegen Hard Rock hotel van recentere datum en hogere beoordeling. Ook speelde op de achtergrond mee, dat vrienden van ons, hier jarenlang een deel van de winter hebben doorgebracht. Bij ons bezoek aan die bewuste vriend, vlak voor ons vertrek naar Maleisië, kwam dat uiteraard ook ter sprake. Maakte het al onderdeel uit van onze plannen, toen ons het bericht bereikte, dat hij stilletjes van ons was heengegaan, werd het plan concreet. Dat bericht stemde ons wel wat droevig maar in het besef, dat het leven eindig is en dat het in zijn geval een heel mooi en lang leven is geweest, kan iedereen daar vrede mee hebben. En wij moeten doorgaan met van het leven te genieten zo lang we nog hebben.

Hindoestaanse tem[els

Maleisië en Indonesië zijn beide Islamitische landen, maar met grote verschillen. In laatst genoemd land is de Islam alom aanwezig en zie je op Java alleen maar moskeeën. Dat is hier in Maleisië heel anders. Hier zie je overal in het land bijvoorbeeld rijk gedecoreerde Hindoestaanse tempels. Ik wil niet beweren, dat ieder dorp zo’n tempel heeft, maar heel ver zal ik er niet naast zitten. Stopten we aanvankelijk nog voor iedere, grotere tempel, gaandeweg zijn we daarmee opgehouden; het zou teveel van hetzelfde zijn. Bovendien blijken ze een belangrijk deel van de dag gesloten. Naast het Hindoeïsme is ook het Boeddhisme nadrukkelijk aanwezig met hele fraaie tempels. Vooral in de omgeving van Ipoh vindt je heel veel tempels. Deze stad ligt middenin een Karstgebergte met talloze grotten. In veel grotten hebben de Boeddhisten hier tempels gebouwd, de een nog indrukwekkender dan de andere. Je zou er heel wat dagen mee kunnen vullen als je ze allemaal zou willen bezoeken. Heel toevallig hadden we de tempel, die de meeste indruk op ons maakte, de Parak Tong, tot het laatst bewaard. Het bleek een immens grote grot, waar overal het water nog naar beneden drupte. Naast de vele bekende gouden beelden waren het vooral de muurschilderingen die indruk maakten: zo mooi zo gedetailleerd.

De mooiste

Vanuit de grot kon je ook nog naar een hoger gelegen grot, maar daarvoor moet je vele smalle trappen op om er te komen. Het gebeurt mij niet vaak, maar in het zicht van de haven heb ik het opgegeven. Het zweet liep mij inmiddels in de ogen en toen ik dacht, dat ik er was, doemde er weer zo’n trap op. Dat was er minstens een te veel!

De natuur wordt in onze rondreis vertegenwoordigd door ons verblijf in het Taman Negara Nationaal Park. Het wordt beschouwd als het alleroudste regenwoud op aarde, ouder dan die in Afrika. Nu is de belangrijkste activiteit, die je hier kunt doen wandelen, bij voorkeur meerdaagse tochten met overnachtingen in tentjes. Dan ook heb je enige kans om wat van de dieren te zien, die hier nog voorkomen zoals de Maleisische tijger, de Aziatische olifant, de tapir en de Maleisische beer. Nu zijn wandelingen aan ons al lang niet meer besteed, dus gaan wij dan voor een boottochtje. Meteen bij het inchecken in het hotel, hebben we een ochtend- en een middagtochtje geboekt. Geheel onvoorbereid begonnen we de volgende dag aan ons eerste tochtje. Nu moet ik zeggen, dat wij bij zo’n uitstapje op een rivier in een Nationaal Park vooral

Boottochtje

denken aan rustig varen en ondertussen dieren spotten op de oevers, meestal vogels. Toen de boot echter volgas er vandoor ging, werden we uit die droom geholpen. Het bleek dat de schipper maar één doel had: zo snel mogelijk naar een bepaalde plaats varen om ons daar af te zetten, zodat we lekker een 1,5 uur konden wandelen of zwemmen in de rivier. Ons was niet eens gezegd, dat we onze zwemspullen moesten meenemen! Dat was dus een behoorlijke teleurstelling. Ik heb nog wel een mooi stukje langs de rivier gewandeld, maar daar kreeg ik op zich ook geen hosanna gevoel van, want dieren zie je op zo´n pad natuurlijk helemaal niet. En zo konden we veel eerder terug dan gepland. We hebben toen wel bedongen, dat dat in een rustig tempo diende te geschieden. Terug bij het hotel sprak ik over onze ervaring met de hoteleigenaar. Die verontschuldigde zich, dat zijn medewerker ons niet beter had voorgelicht en vroeg zich ook af of we het middagtochtje, waarbij ook een bezoek aan een dorpje van de Orang Asli op het programma stond, dan wel wilden maken. Want een ding was zeker, zo zei hij, daarbij wordt je kletsnat! Huh? Dat was voor Wil genoeg om af te haken en voor mij een waarschuwing om de nodige voorbereidingen te treffen zoals het aantrekken van de zwembroek en een plastic zak voor de camera te regelen. Ook zo’n festival regencape meegenomen, want de ervaring heeft ons geleerd, dat, hoe warm het ook is, je het altijd

Blaaspijp

koud krijgt als zo’n boot snelheid maakt en jij kletsnat bent. Kletsnat waren we toch wel geworden, zonder de capriolen van de bootsman, die slingerend door de stroomversnellingen stoof, waarbij het water overvloedig over ons heen kwam, want het regende pijpenstelen toen we vertrokken. Onze enige echte regendag tot nu toe. Tja, je bent in een regenwoud of niet. Het bezoek aan het dorpje was een typische toerist trap maar toch wel interessant omdat we uitleg kregen over de leefwijze van deze semi-nomaden. Vooral het demonstreren van het jagen met een blaaspijp en vuur maken vond ik boeiend. Een geoefende jager schiet met z’n blaaspijp op 40 meter afstand een aap uit de boom. Ik moest wel even aan onze jeugd denken, toen we ook met een stuk elektriciteitspijp en een papieren pijltje op elkaar schoten. Of op openstaande ramen. Of op …… Nooit geweten, dat iemand het had afgekeken van dit soort stammen. Het was vooral een paar uurtjes lol,, maar toch wel heel wat anders, dan ons voor ogen stond.

Nu hebben we in het verleden al diverse keren overwogen om naar Maleisië te gaan, maar telkens kwam er dan een andere bestemming tussendoor. Maar als ik de reisbrochures doorlas, dan stond een bezoek aan de Cameron Highlands altijd hoog genoteerd op het programma. Dan stelde ik mij een heuvelachtig landschap voor met zover als het oog reikt uitgestrekte theeplantages, zoals wij bijvoorbeeld in Darjeeling in India gezien hebben, vlak voordat we de grens met Bhutan overstaken.. Ik had vooraf ook het idee om hier een dagje rond te toeren en te genieten van het landschap. Niet te doen, zo druk als het was. De reputatie die zich in mijn gedachten had gevormd, dateert waarschijnlijk uit de tijd, dat de Engelsen hier de dienst nog uitmaakten. Tegenwoordig zijn die Cameron Highlands een overbevolkte toeristische hotspot geworden. Maar dat niet alleen, het is zo ongeveer het Westland van Maleisië met al zijn kassen, waarin van alles geweekt wordt. Heel goed voor de economie, maar foeilelijk als het om het landschap gaat. Naast theeplantages zou je ook nog een aardbeienkweker of een lavendelkweker moeten bezoeken, maar alles is gecommercialiseerd en staat in het teken van hoe krijg ik die toerist aan het kopen. Uiteraard hebben wij ook thee en aardbeienjam gekocht. Of het lekkerder is, dan wat we in Nederland hebben, moet blijken als we weer thuis zijn.

Dan nog iets over de prijzen. Het is hier voor ons begrippen nog steeds goedkoop. Vooral de sterren hotels van gerenommeerde ketens zijn hier voor minder dan 100 euro per nacht te boeken. Dan heb je alle faciliteiten van zo’n sterren hotel. Zoek je echter een hotel om alleen te overnachten, zoals wij in Ipoh hadden, dan heb je voor dat bedrag een prima hotelkamer voor twee nachten. Vanuit het hotel liepen we zo het oude centrum in. Als backpacker kun je overal voor een paar tientjes terecht. Ook de benzine is heel vriendelijk geprijsd; voor een halve euro heb je een liter. Of je nu in het restaurant van het hotel eet of bij de Chinees om de hoek: alcohol is relatief duur. Op het eiland Tioman zat de drankwinkel in het restaurant. Voor een euro had je een flesje bier, maar waren we ook maar een tientje kwijt voor het eten. In zo’n top hotel wordt het verschil nog veel schever: zes euro voor een biertje en acht euro voor een heerlijke Nasi Kampung,

Iets minder dan twee weken nog en dan zit deze reis er ook weer op. De laatste dagen staan al gepland, maar voor de komende week moeten we nog een invulling bedenken. Tot voor kort hadden we het plan om vanaf hier naar het eiland Langkawi te gaan. Daar zien we vanaf. Voor de huurauto moeten we 80 euro extra aftikken voor een verzekering, omdat het een soort vrijstaat is. Ook vragen ze van alles en nog wat voor je überhaupt een ticket voor de ferry kunt boeken. Tenslotte konden we ook geen accommodatie vinden, die aan onze wensen voldeed. De komende dagen gaan we uitvogelen wat we nog kunnen doen. Wat het geworden is kunnen jullie in het laatste verslag lezen.

 

 

 

Laat een reactie achter