De spreekwoordelijke inkt van ons laatste verslag was nog niet opgedroogd of we wisten het antwoord al op de vraag wat we de komende week zouden gaan doen: hier blijven! En met hier bedoelen we natuurlijk het Bayview Beach Resort op het eiland Penang. Nog een paar bezoekjes aan George Town en dan geloven we het verder wel. Eigenlijk is het ook wel een beetje te warm om nog iets te ondernemen. Langzaam maar zeker is de temperatuur naar dik boven de dertig graden gegaan waarbij de gevoelstemperatuur oploopt richting de 40 gr C. Nu hadden we vooraf ons al wel voorgenomen om veel rustdagen in te lassen, meer dan tot nu toe gebruikelijk, maar dat ik 10 dagen op een zelfde plek zou blijven, had ik zelf niet voorzien. Beginnen we dan echt oud te worden?
Het centrum van George Town is net als Malakka een UNESCO World Heritage Site. Het was nu eens niet de VOC maar de British East India Company, die aan de basis heeft gestaan van deze stad. Er was de Britten veel aan gelegen om de Nederlanders en de Portugezen dwars te zitten in de Straat van Malakka en dat is ze aardig gelukt. In dit machtsspel spelen op de achtergrond de lokale sultans altijd een belangrijke rol. Je hoort er weinig over, maar ze zijn ook nu nog alom aanwezig. Gedurende het Britse bewind groeide de stad voorspoedig en werd het een magneet voor veel volken uit heel Azië: Chinezen, Maleiers, Indiërs, Peranakans, Siamezen en Euraziaten. Vooral de Chinezen hebben hun stempel op deze stad gedrukt. Ook nu nog heeft meer dan de helft van de inwoners Chinese voorouders. De belangrijkste bezienswaardigheden van George Town hebben dan ook een Chinese signatuur. Zo hebben ze hun sterke traditie om familieclans te vormen, meegenomen naar Penang. In een clan is een voorouder belangrijk en is de naamgever voor de hele groep. De sociale cohesie is heel sterk en naarmate hun welvaart toenam, bouwden ze een clanhuis, de een nog mooier dan de ander. Dat zijn nu de belangrijkste bezienswaardigheden van George Town. Een paar daarvan hebben we bezocht, waarbij ik vooral bij de Khoo Kongsi even het gevoel kreeg of ik het plein van de Verboden Stad in Beijing opliep. Wat ook zeer de moeite waard was om te bezoeken en zeker leuk voor ons als afwisseling op alle tempels, was een bezoek aan de Chew Jetty of te wel de aanlegsteiger van de Chew clan. Omdat de nieuwkomers uit China te arm waren om land te kunnen kopen, bouwden ze steigers van een speciaal soort hout, dat goed bestand was tegen het zoute zeewater. Iedere clan had zo’n steiger en die groeiden allengs uit tot complete dorpen. De Chew Jetty bestaat uit 70 huizen en is nu een toeristische hotspot. Je kunt er vrijelijk rondwandelen en de bewoners trekken er zich niets van aan. Uiteraard is het voor velen natuurlijk nu ook een extra bron van inkomsten. In de loop van de tijd zijn de houten palen beschermd door kunstig gemaakte betonblokken. Men neme een plastic emmer, schuif die over de paal, vult hem met beton en laat hem zakken tot hij op de bodem rust. Vervolgens neem je weer een emmer, vult hem met beton en stapel je net zo lang totdat de zo gebouwde pilaar boven het water uitsteekt. Het ziet er rommelig uit, maar ik neem aan dat het een goedkope en effectieve oplossing is.
Naast de clanhuizen hebben we ook nog een stadswandeling gemaakt langs wat koloniale gebouwen zoals het Hooggerechtshof, de City Hall en de Town Hall. Laatstgenoemde dateert van 1880 en is het oorspronkelijke gemeentehuis, maar door de snelle groei van de stad werd in 1903 een nieuw stadskantoor gebouwd. Hierin huist ook nu nog het gemeentebestuur. Zoals meestal in historische centra liggen deze gebouwen allemaal dicht bij elkaar en zijn goed te belopen. Hiervoor hadden we eigenlijk de Blue Mansion willen bezoeken. Die lag iets buiten het centrum en daarom hadden we ons daar door een taxi laten afzetten. Dit gebouw, een iconisch gebouw dat in de Lonely Planet op nr 1 staat van de bezienswaardigheden, werd gebouwd door de rijke Chinese koopman Cheong Fatt. Het dateert uit het eind van de 19e eeuw en is volledig gerestaureerd in de 90’er jaren. Het herbergt nu een museum en een hotel. Helaas voor ons bleken de overvloedig aanwezige cruiseboot passagiers weer de spelbedervers. De ene groep na de andere, waardoor het maximum aantal bezoekers van die dag al bereikt was en wij het nakijken hadden. Het blauw ontstaat door een mengsel van kalk en indigo en moet ook een goede bescherming bieden tegen houtrot. Bij een andere bezienswaardigheid, de Pinang Peranakan Mansion, die om half zes zou sluiten, werden we om vijf uur geweigerd. Hoe we ook soebatten en zeiden, dat we aan een half uur meer dan genoeg hadden, bleef men onverbiddelijk. Verder dan een paar meter de hal in kwam ik niet. Het zat ons duidelijk niet mee. Vanaf ons resort hadden we die boten al wel voorbij zien komen, maar eerst later las ik dat George Town de drukst bezochte haven van de hele regio is! Ook las ik, dat deze stad heel hoog staat genoteerd als plek om van je pensioen te genieten. Het leven is er goedkoop en alle voorzieningen zijn er. Het is tenslotte de tweede miljoenenstad van Maleisië. Hoewel een ontmoeting met een Nederlands stel niets bewijst, ondersteunt hun ervaring wel die stelling. Hij was F16 piloot gestationeerd op vliegbasis Twente. Later is hij overgestapt naar Martinair. Ze hebben sinds een half jaar een woning gekocht en leven inderdaad, zoals ze zelf zeggen, als God in Frankrijk. Desgevraagd vertelden ze, dat het weinig moeite kostte om een verblijfsvergunning te krijgen. Sterker nog: ze moesten dan wel eerst een huis kopen!
Dan nu nog een verslag van onze terugreis. Die verliep allerminst vlekkeloos en dat had niets met de toestand in de wereld te maken. Allereerst weigerde de huurauto dienst na tien dagen stilstand. Inderdaad, tien dagen, want over een rit naar het oude centrum van George Town doe je al gauw een half uur. Een Grab-taxi voor die rit kost slechts 5 a 6 euro, daar ga je niet zelf voor rijden. Over de rit naar Kuala Lumpur zouden we ongeveer vijf uur doen via de tolweg, de enige die we deze reis hebben genomen. De bedoeling was om op tijd vertrekken zodat we niet in de spits terecht zouden komen. Ook wilden we de auto die middag al inleveren, zodat we de volgende dag geen verplichtingen meer hadden. Helaas, onze auto wilde niet starten. Bovendien zat er ook niet veel lucht meer in de rechterachterband. Dus moesten we wachten, totdat een monteur ten tonele verscheen. Hoewel ikzelf zeker niet de indruk had, dat het aan de accu lag, kwam hij toch op een brommertje met een accu tussen zijn benen na een uurtje opdagen. Bleek de accu toch het probleem. Van een van de personeelsleden van het hotel hoorde ik dat het een bekend probleem was van dit type auto. Hij had er zelf ook een! Na de band ook weer op spanning te hebben gebracht konden we eindelijk rond het middaguur vertrekken ondertussen duimend, dat de band niet lek was. Middaguur plus vijf: inderdaad, dan kom je dus middenin de spits in Kuala Lumpur aan en dus dikke files. Schiet dat niet op, het wordt echter nog gekker, als vlak voor je neus door een politieagent een bord wordt geplaatst, dat de doorgang versperd. Probeer dan maar Google te dwingen om een alternatieve route naar het hotel te vinden. Na een of twee mislukte pogingen lukte het uiteindelijk toch, maar was het bijna 18:00 uur voordat we bij het hotel waren. Het kantoor van het verhuurbedrijf zou om die tijd sluiten, dus het idee van de auto inleveren hadden we al laten varen. Overigens zweren de inwoners hier bij Waze, een app, die direct reageert op iedere opstopping en zelf met een alternatief komt.
De twee volle dagen die we nog in KL hadden hebben we niet veel meer gedaan. Wil had haar zinnen gezet op een tasje, dat ze bij ons vorige bezoek had gezien, maar toen niet tot een deal was gekomen en nu wel. Verder zijn we ’s avonds naar het KL Stadspark geweest. Daar heb je een fantastisch gezicht op de verlichte Petronas Twin Towers. Bovendien spuiten ieder half uur de fonteinen in de vijver hun water ritmisch omhoog, hetgeen een feeëriek gezicht is. Het blijkt grote aantrekkingskracht te hebben, want het was er behoorlijk druk.
Vanwege de situatie in het Midden-Oosten kregen wij ook al bezorgde vragen over onze vlucht. We konden de vragers geruststellen, want wij hadden een directe vlucht van KL naar Amsterdam. Ook op de heenweg vloog men al met een grote boog om dit gebied heen. Wel werd het geplande vertrek wat uitgesteld in verband met de drukte in de corridor waar ze doorheen moeten vliegen. En laat nou net in het vliegtuig het noodlot weer toeslaan. Nou ja, noodlot, dat klinkt wel zwaar, pech zullen we maar zeggen. Voor de start kregen we een drankje aangeboden. Ik had voor een Heineken gekozen en net mijn glas vol geschonken, toen ik een wat onhandige beweging maakte en het volle glas omviel. Het wat en hoe is en blijft een raadsel, maar in een reflex probeerde ik met links het glas te redden met als gevolg, dat ik een beste snee in mijn pink opliep. Het meest waarschijnlijke is, dat het glas al op de rand van het tafeltje was stuk gegaan en ik dus in de scherven greep. Hoe dan ook, ik slaakte een kreet van schrik en keek vervolgens naar mijn hand, die meteen aardig bloederig werd. Met van alles wat voorhanden was, hebben we geprobeerd het te stelpen maar dat bleek niet zo eenvoudig. Inmiddels kreeg de gezagvoerder het sein, dat hij mocht vertrekken, dus kon er zo wie zo niet zoveel meer gedaan worden. Na de start werd een oproep voor een dokter geplaatst. Een Deen met een medische achtergrond meldde zich en samen met een stewardess hebben ze een drukverband aangelegd. De snee was echter zodanig, dat zowel hij als ik van mening waren, dat er eigenlijk gehecht zou moeten worden en omdat we op Schiphol nog vier uur hadden voordat we zouden doorvliegen naar Düsseldorf, hebben we ons bij het Medisch Centrum op de luchthaven gemeld. Dat er gehecht moest worden vonden de daar aanwezige verpleegkundigen ook en zo werd de dokter van dienst opgeroepen, die rond acht uur ’s morgens het klusje klaarde. En wat een toeval: zijn roots lagen in Winterswijk!
In Düsseldorf werden we opgehaald door onze vrienden Ben en Leonie, die ons veilig op de Wamelinkweg hebben afgeleverd. Zo kregen we toch nog een bewogen einde van deze
mooie reis. We gaan in de eerste plaats voor zomerse temperaturen en die hebben we volop gehad. Het aantal regendagen bleef beperkt tot twee, waarvan een in de Cameron Highlands. Dat was ook gelijk de grootste tegenvaller. Wat mij betreft mogen ze alle reisbrochures en gidsen wel eens grondig aanpassen, want veel moois is daar niet meer te beleven.
In de afgelopen weken hebben we ook de knopen doorgehakt voor onze volgende reis: Suriname. De vliegtickets hadden we een tijdje geleden al gekocht, alleen moest er nog een invulling aan gegeven worden. Dit keer hebben we ervoor gekozen om de hele organisatie uit te besteden aan Suriname Reizen. Op 20 april a.s. vertrekken we. Mijn 81ste verjaardag hoop ik dus in Suriname te vieren. Het zijn maar drie weken, dus of ik daar een verslag van ga maken weet ik nu nog niet. We zien wel.
N.B. Onder het kopje FOTO’S een nieuw fotoalbum met als titel “Thuis”


